'Wolvenbesluit van kabinet is onwerkbaar'
In dit artikel:
Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (SGP) noemt de nieuwe Nederlandse regels voor zogenaamde probleemwolven onwerkbaar en te beperkend. Nadat Brussel in juli de bescherming van wolven versoepelde omdat de soort niet langer zeldzaam is, gaf Nederland wel ruimte om wolven zonder vergunning te verstoren of te verjagen, maar koppelt daaraan een lange lijst voorwaarden die praktisch weinig opleveren.
Volgens Ruissen mag een provincie pas toestemming geven om een wolf te vangen of te doden als het dier herhaaldelijk binnen korte tijd letsel toebrengt aan goed afgeschermd vee of pony’s, en een wolvendeskundige moet aantonen dat het steeds om dezelfde wolf gaat. Die reeks eisen plus de vraag hoe jagers precies die ene zwervende wolf van soms 70 kilometer per dag terugvinden, maken snel ingrijpen vrijwel onmogelijk. Ook in acute situaties waarin mensen gewond raken blijft er volgens hem onnodig veel bureaucratie en moet een expert ter plaatse bevestigen dat het om dezelfde wolf gaat voordat er gehandeld mag worden.
Ruissen pleit voor een veel eenvoudiger, effectiever instrument: een maximumgrens voor het aantal wolven. Als experts vaststellen dat die grens is overschreden, mag het overschot worden gevangen of geschoten. Hij wijst op voorbeelden uit Scandinavië en Duitsland, waar soortgelijke populatiegrenzen of opname in jachtwetgeving regulering mogelijk maken. Omdat Nederlandse wolven deel uitmaken van de Centraal-Europese populatie en ons land dichtbevolkt is met weinig ruimte voor de soort, vindt hij strenger beheer noodzakelijk om verdere overlast te voorkomen. Volgens hem biedt de huidige aanpak vooral juridische bescherming voor bestuurders, terwijl veehouders en hun dieren er weinig baat bij hebben en de wolf de vruchten plukt.