Westnijlvirus bij paarden: tijd om op te letten?Longread
In dit artikel:
Het westnijlvirus (WNV) heeft de Nederlandse paardenwereld de afgelopen weken opgeschrikt door meerdere besmettingen bij paarden en mensen, soms met fatale afloop. Het virus was in 2020 al aangetroffen bij Nederlandse vogels en muggen, maar de aandacht ervoor verslapte daarna. De recente gevallen benadrukken dat Nederland rekening moet houden met een groter risico op uitbraken.
WNV circuleert vooral tussen muggen en vogels. Muggen raken besmet wanneer ze een besmette vogel steken en kunnen het virus vervolgens overdragen op andere vogels, mensen en paarden. Mensen en paarden kunnen elkaar niet besmetten. Een uitbraak ontstaat alleen als er voldoende muggen en geschikte vogelsoorten zijn. Warm weer is daarbij cruciaal: vanaf ongeveer 25 graden kan het virus zich in muggen vermenigvuldigen. De overdrachtsperiode in West-Europa loopt doorgaans van half mei tot eind november.
Bij mensen verloopt een infectie meestal zonder klachten. Ongeveer 20 procent krijgt milde symptomen, zoals koorts en soms huiduitslag. Minder dan 1 procent wordt ernstig ziek en ontwikkelt bijvoorbeeld hersen- of hersenvliesontsteking. Vooral ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem lopen risico; bij orgaantransplantatiepatiënten kan de ziekte bijzonder ernstig verlopen. Ook langdurige klachten na de infectie zijn mogelijk.
Bij paarden is de ziekte relatief vaker ernstig. Sommige dieren worden sloom, krijgen koorts of verliezen hun eetlust, terwijl ongeveer 10 procent neurologische verschijnselen ontwikkelt. Die kunnen lijken op rhinopneumonie, zoals ataxie, spierzwakte en verlammingen aan de achterhand. Spiertrillingen aan de flanken, snuit of schouder en een paard dat blind lijkt en in een hoek gaat staan, zijn signalen die eerder op WNV wijzen. Omdat Nederlandse dierenartsen de ziekte nog weinig hebben gezien, wordt westnijlziekte niet altijd direct herkend.
De opmars van WNV hangt samen met klimaatverandering. Warmere lentes en zomers, mildere winters en een langer muggenseizoen vergroten de kans dat het virus zich vestigt. Ook veranderende neerslagpatronen kunnen een rol spelen: droogte kan vogels en muggenlarven concentreren, waarna hevige regen nieuwe broedplaatsen creëert. In Duitsland werd WNV in 2018 voor het eerst bij paarden vastgesteld; het virus is daar inmiddels endemisch, vooral in de oostelijke deelstaten. In Nederland leidde een uitbraak in Utrecht in 2020 tot besmettingen bij vogels, muggen en zeker zes mensen; paarden werden toen niet gemeld.
Ook Zuid-Europese landen, waaronder Italië, Griekenland en Roemenië, melden regelmatig besmettingen. In Italië liep een uitbraak in 2022 snel op na een warm voorjaar, droogte en daaropvolgende overstromingen. Wetenschappers verwachten dat het verspreidingsgebied en het transmissieseizoen in Europa verder toenemen, al blijven uitbraken moeilijk te voorspellen. Sommige modellen voorzien bij sterke klimaatopwarming een veel hoger risico in Noordwest-Europa.
Preventie draait vooral om het beperken van muggen. Paardenhouders kunnen stilstaand water verwijderen, drinkbakken schoonhouden, regentonnen afsluiten en dakgoten vrijmaken. Voor paarden bestaat een jaarlijks vaccin, dat vooral wordt aangeraden voor dieren die naar het buitenland reizen. Bij onverklaarde neurologische klachten in de zomer of herfst moeten dierenartsen naast rhinopneumonie ook WNV overwegen. Omdat de gewone huissteekmug het virus kan overdragen en niet kan worden uitgeroeid, blijft alertheid noodzakelijk.
Vandaag Inside: Dave Maasland tegen Jesse Klaver: ‘Zet ondernemers niet steeds weg als een zak met geld’